Outplacement is een succes

Mathmatch

Arbeidskrapte of juist niet, outplacementbureaus doen goede zaken. Ze slagen er nog altijd in om overbodig geworden personeel elders onder te brengen. Outplacement is een niet meer weg te denken fenomeen.
Er is dan ook sprake van volop optimisme bij outplacementbureaus. “In economisch goede tijden zoals nu doen we er aanzienlijk minder lang over om een werknemer elders te plaatsen”, zegt Joep Herni, directeur van Outplacementbureau Werkcontact. “Hoe hoog ons plaatsingspercentage dan is? Een schatting voor 2018 kan ik al maken want ik denk dat we de 90 procent weer gaan aantikken”.

De markt van outplacement

De markt van outplacementbureaus is voortdurend in beweging, merkt Joep Herni. Werkcontact is met 2 vaste kantoren en tientallen flexkantoren een gevestigde partij in de outplacementbranche. “Hat aantal eenmansbureautjes van mensen die denken dat ze ook wel aan outplacement kunnen beginnen zien we elk jaar weer toenemen”, zegt Herni. “De omvang daarvan is echter moeilijk te bepalen want we zien ook ieder jaar weer dat veel van deze bureautjes geen bestaansrecht blijken te hebben en al weer snel hun outplacementactiviteiten beëindigen”. Herni is van mening dat er heel wat beunhazen op de markt actief zijn. “Let wel, ik zeg niet dat elke éénpitter een slechte outplacementadviseur of coach is, zelf ben ik ooit ook als ZZP-er begonnen. Er zitten hele goede coaches tussen en die redden het meestal wel. Ook omdat zij zichzelf, naast hun eigen opdrachten, vaak verhuren aan grotere bureaus. Maar als een onwetende kandidaat zich bij een beunhaas meldt, moet hij maar afwachten of zo’n bureau zijn taak kan volbrengen. Als iemand het niet goed kan vinden met zijn coach of de coach wordt ziek, houdt het al snel op. Bij een outplacementbureau met meerdere consulenten krijgt hij dan in overleg iemand anders toegewezen. Maar ook bij grotere bureaus geldt natuurlijk dat er sprake moet zijn van een match tussen de outplacement kandidaat en de coach”.

Outplacement heeft een vaste plaats gekregen in sociale plannen die werkgevers en de vakbonden afsluiten om de pijn bij een reorganisatie te verzachten. Vroeger richtten de vakbonden zich sterker op het binnenhalen van een zo hoog mogelijke financiële vergoeding. Tegenwoordig is deze bij wet geregeld door de invoering van de transitievergoeding.

Voor meer info : klikt u hier