Muurstickers: wat moet je er over weten?

Vaak hechten muurstickers goed op veel ondergronden, maar niet alle ondergronden zijn geschikt. Voor ruwe ondergronden geldt bijvoorbeeld dat je deze moet bewerken. Als het om ruwe ondergronden gaat kun je denken aan glasvezelbehang, spachtelputz en structuurverf. Er zijn stickers die je hier wel geschikt voor zijn, maar voor bijvoorbeeld spackspuitwerk is het beter om de muur te bewerken. Je kunt de muur fixeren en schilderen om op deze manier voor een betere hechting te zorgen. Daardoor zal ook een scherper beeld ontstaan. Je kunt ook altijd advies inwinnen bij een expert over wat je moet doen om de muur goed voor te bewerken.

Het aanbrengen van een muursticker

Het is niet moeilijk om zelf een muursticker aan te brengen. Plak met schilderplakband de muursticker op de gewenste plaatts. Als het noodzakelijk is dat dit recht gebeurt, kun je het één en ander uitmeten met een waterpas. Wanneer de muursticker goed zit pak je het schilderplakband er bij (ook wel schilderstape genoemd). Daarna sla je de open zijde open en verwijder je de achterkant. Met een schaar kun je het zogenaamde rugpapier verwijderen. Vervolgens kun je het vel terug open doen. Met een montagerakel, die soms wordt bijgeleverd (indien dat niet het geval is kun je deze beter er nog bij kopen), wrijf je vanuit het midden over de sticker. Voor een goede hechting is het van belang dat je goed blijft wrijven en indien nodig een föhn gebruikt. Als je dit een aantal keer goed hebt gedaan kun je de tape loshalen. Doe dit langzaam en de muursticker is aangebracht.

Voor meer info : klikt u hier